Meer informatie
De kunst van het Jiu-Jitsu wordt beschouwd als de ‘wetenschap van zachtheid’.
Letterlijk vertaald betekent Jiu zacht en Jitsu kunst.
Er mag dan verwezen worden naar een zachte sport,
sommige technieken zijn extreem dynamisch in hun uitvoering en blijken alles behalve zacht te zijn.
Er zijn vele verhalen over de oorsprong van Jiu-Jitsu, die terug gaan tot de 8e eeuw,
met historische lijnen die aangeven dat de wortels zelfs vóór het jaar nul liggen.
Terwijl sommige mensen stellen dat Jiu-Jitsu oorspronkelijk uit China komt,
beschrijven de oude kronieken van Japan hoe Tatemi Nokami in 712 n. Chr.
zijn tegenstander vloerde als een boomblaadje.

In de Nihon Sho-ki-kronieken wordt verwezen naar keizer Shuinjin die in 23 v. Chr
een toernooi van  vechtkunsten organiseerde om het zevende jaar van zijn koninkrijk te vieren.
Een van de wedstrijden resulteerde in de dood van een deelnemer, een sumo-worstelaar,
die door Nomino Sukume op de grond werd geworpen en geslagen.
Deze gegevens geven blijk van vroege open-hand  technieken in Japan.

Ook wordt verhaald dat Jiu-Jitsu als vechtkunst is ontwikkeld door een boeddhistische monnik;
deze kronieken gaan terug tot de 13e eeuw. Deze oude technieken stonden bekend als
Konjuku-Monogatari, een boeddhistisch werk uit die tijd.

Een andere verwijzing naar een Jiu-Jitsu achtige strijdvorm is gevonden in de 15e eeuwse
vechtkunsttraditie die bekend staat als de Katori-shinto ryu.
Aangenomen word echter dat Jiu-Jitsu naar Japan werd gebracht door een Chinese monnik,
genaamd Chen Yuanein (1567-1671). Hoewel Jiu-Jitsu tegenwoordig dus word gezien als
een Japanse vechtkunst is er een sterke aanwijzing voor een Chinese oorsprong.
Jiu-Jitsu werd het eerst in Japan beoefend door de samurai en vervolgens door vele
bandieten uit die tijd werd verwelkomd

Door dit dubieuze verband genoot Jiu-Jitsu een slechte reputatie.In deze tijd ontwikkelde
Jigoro Kano de Judo sport, de vriendelijkeweg, uit de combinatie van Jiu-Jitsu technieken.
Zijn doel was om de reputatie van Jiu-Jitsu te herstellen, die door de connecties met
bandieten als dodelijke vechtsport was bestempeld!
De centrale filosofie achter Jiu Jitsu is een tegenstander te overwinnen met alle
mogelijke middelen, als er maar minimale kracht word gebruikt.
Men vereiste strikte gehoorzaamheid zowel mentaal als fysiek!

Het is daarom niet verrassend dat vele Jiu-Jitsu meesters zich in het verleden
aangetrokken hebben gevoeld tot religies, zoals boeddhisme van shinto-relikwieënschrijnen.
Hoewel het basisprincipe van het moderne Jiu-Jitsu als zelfverdedigingsport is om een
tegenstander met minimale kracht te overmeesteren, is de oude Jiu-Jitsu-kunst gericht
op letterlijke vernietiging van de vijand.


Homepage